Ervaringen met Kleine scholen, grote kansen
Basisschool Steenenkamer te Putten heeft 55 leerlingen in drie combinatieklassen. De school was in 2009 en is in 2010 als partner betrokken bij de ontwikkeling van het CN-project Kleine scholen, grote kansen. Ze werkt sindsdien voor het vak rekenen in acht kleurgroepjes. Ieder groepje heeft twee keer per week een instructie op niveau en werkt voor de rest zelfstandig. In plaats van vijf keer vijftig minuten is er nu acht keer dertig minuten rekenen, zodat de leerlingen zich beter kunnen concentreren. Een leerling kan een halfjaar vertragen of versnellen, wat bepaald wordt op basis van toetsgegevens. Remedial teaching is alleen nog een tijdelijke (nood)maatregel.
Heino Loedeman, directeur: "De grote winst van deze verandering is het loslaten van het leerstofjaarklassensysteem. We sluiten nu beter aan bij de kinderen, waardoor ze zich beter kunnen ontwikkelen. Sommigen moesten in het oude systeem steeds op hun tenen lopen, waardoor ze bepaalde basiskennis en -vaardigheden gingen missen. Dat kun je dan bijna niet meer repareren. Nu ieder op zijn eigen niveau les krijgt, verlopen de lessen ook effectiever. Tempoverschillen zijn voor een groot deel ondervangen. Binnenkort gaan we ook voor spellen beginnen met deze manier van werken."
Marleen Crum, leerkracht groep 7,8: "In de rekenles heb ik ook leerlingen van groep 6 zitten die vooruit geplaatst zijn. Kinderen matchen dus niet meer per se met hun eigen leeftijdsgroep, maar met hun eigen niveau. Het lesgeven is er leuker door geworden. Ik heb niet meer het idee dat ik leerlingen aan het meeslepen ben, want ze hebben er allemaal meer plezier in gekregen, zowel de leerlingen die vooruit geplaatst zijn, als degenen die vertragen. Zelf ben ik ook effectiever instructies gaan geven. Ik moet nu in een halfuur de essentie van een rekenles bereiken, waar we anders drie kwartier voor hadden.
De werkdruk is nu anders verdeeld. De lesvoorbereiding kost iets meer tijd, maar daartegenover staat dat we straks minder handelingsplannen hoeven te schrijven. Het is heel frustrerend om handelingsplan na handelingsplan te schrijven, terwijl je weet dat het kind eigenlijk niet vooruit zal gaan. Op dit moment hebben we drie methodegebonden toetsen gedaan en er zijn geen leerlingen uitgevallen. Dat laat zien dat we de niveau-indeling goed gefundeerd hebben gemaakt."
Jolanda Beijer, interne begeleider: "Aan het begin van het project hebben we de kinderen die op meerdere gebieden uitvielen een intelligentieonderzoek laten doen door CN. Aan de hand daarvan hebben we een ontwikkelperspectief gemaakt voor de kinderen tot en met groep 8. Voor bepaalde kinderen mag je dus eind groep 8 een lager niveau verwachten dan gemiddeld. Zij maken ook de Cito-toetsen op hun eigen niveau. We houden al vroeg rekening met de niveauverschillen. Door het werken op niveau krijgen de kinderen een handelingsplan als de resultaten achterblijven bij hun ontwikkellijn. Op deze manier is hulp (remedial teaching) een pleister die na zes weken verdwenen is; een leerling zit niet zes jaar lang in het gips.
Dat resulteert in opgewekte kinderen in de klas die blij zijn met de resultaten die ze behalen. Ze merken dat ze echt op hun eigen niveau werken en het daarom leuk vinden. Vanmorgen had ik een groepje leerlingen voor rekenen (ter verlichting van de leerkracht). Ze vroegen aan 't eind van de les: "Juf, gaan we nog een sommetje doen?" Vroeger zaten deze kinderen onderuitgezakt in de klas."

