Voorbeeld van een onderzoek door leerlingen

Hoe de wind waait...

Wanneer kinderen eenmaal in de bovenbouw zitten, wordt het spel meer en meer onderzoek. Nog steeds willen we dat kinderen vanuit hun eigen interesse en motivatie leren. Maar in deze fase staat het eigen ontdekken centraal en deelvaardigheden die daarbij horen. De rol van de leerkracht is daarbij cruciaal. Kijkt u mee naar de windmeter.

De windmeter
Een groepje van twee leerlingen probeert een antwoord te krijgen op de vraag: Hoe weet je hoe hard de wind waait? Deze vraag komt niet zomaar uit de lucht vallen. Nee, ze zijn bezig met een project over het weer. Met een zelfgebouwd apparaat willen ze de windsnelheid meten. De op turbulentie ronddraaiende plastic bekertjes vormen in dit geval de gevoelige meter. Op één van de bekertjes is een kruisje aangebracht. Steeds als dat bekertje langs vliegt, tellen ze. "Hoe lang heeft het geduurd, voor het bekertje met het kruisje tien keer langskwam?", vraagt de meester. Na enig puzzelen leidt deze vraag tot een verwerking in tabelvorm.
"Hoe meet het KNMI eigenlijk de windsnelheid?", vraagt de meester en daarmee brengt hij een nieuw probleem in. De kinderen zoeken de benodigde kennis op in "Het weer nader verklaard" (bronnenboek) en komen uit bij een officiële windschaal. Het waait bijvoorbeeld niet zo hard als je de wind alleen in je gezicht voelt (windkracht 2). Het tweetal gaat een nieuw experiment uitvoeren: Als de rook duidelijk de richting aangeeft en het blad ritselt, dan is het windkracht twee en gaan we kijken hoe vaak het bekertjesapparaat ronddraait...

De opbrengst
Hoewel deze experimenten veel tijd kosten, staat vast dat de kinderen in die tijd een heleboel leren. En niet alleen over het weer.
Ze ontwerpen eigen meetapparatuur, denken vanuit het eigen model en vanuit ‘grote mensen'-modellen. Ze leren modellen aanpassen aan de werkelijkheid, vastleggen en documenteren van metingen. Als het gaat om windsnelheid zijn ze een stuk competenter geworden. Daarnaast leren ze als onderzoekers met elkaar overleggen.
En de leerkracht? Die denkt mee en geeft ze net dat steuntje in de rug dat ze nodig hebben om enthousiast verder te gaan.

« vorige pagina