Oordeel van de Inspectie over het Schooleindonderzoek

Scholen moeten net als bedrijven verantwoording afleggen over hun kwaliteit, onder andere aan de Inspectie van het Onderwijs. Hoe kijkt de Inspectie aan tegen opbrengstbepaling in het algemeen en met behulp van het Schooleindonderzoek en de Niet Schoolse Cognitieve Capaciteiten Test (NSCCT) in het bijzonder? Leny Tabak, coördinerend inspecteur bij de Inspectie reageert:

Welke rol speelt opbrengstbepaling voor de Inspectie?
"Wij vragen scholen eens per jaar om de resultaten van hun opbrengstbepaling. Deze gegevens zijn gebaseerd op de eindopbrengsten bepaald met de Cito-Eindtoets of het Schooleindonderzoek. Alleen als uit deze eerste detectie het vermoeden rijst dat een school onvoldoende kwaliteit levert, worden tussentijdse opbrengsten opgevraagd. Jaarstukken en signalen zijn overigens ook belangrijk. In dit stadium vormen we nog geen oordeel over de opbrengsten. Dat komt pas later, na een gesprek met het bestuur en eventueel een schoolbezoek. Op basis van wat het bestuur zelf aangeeft, onderzoekt de Inspectie verder. Ook maken we in dat geval afspraken met het bestuur en de school op welke termijn bepaalde onderdelen verbeterd moeten zijn.
Dit is een kenmerk van het nieuwe toezicht van de Inspectie en bedoeld om de bevragingslast voor scholen terug te dringen. Daar waar nodig staan we als een bok op de haverkist. En waar het niet nodig is, betrachten we terughoudendheid."

Centraal Nederland heeft samen met schoolvereniging Accrete een pilotproject ontwikkeld om ook tussentijds de opbrengsten te kunnen bepalen, namelijk met de NSCCT (Niet Schoolse Capaciteiten Test). Ziet u mogelijkheden om dit landelijk in te voeren?
"Deze test zet evenals het Schooleindonderzoek de schoolvorderingen af tegen de intelligentie van leerlingen. Zo kan een school zijn toegevoegde waarde zien. Deze manier van testen levert zeer betrouwbare en valide gegevens op. Als een school onderpresteert, kunnen we nu zien of dit oordeel terecht is. Daar hielden we al rekening mee via gewichten, zoals afkomst, milieu, etc. Maar deze gewichten zijn minder betrouwbaar dan een kindspecifiek kenmerk zoals IQ. Dus wat betreft de methodologische kant zou ik de toets aanraden, maar de Inspectie gaat daar niet over."

Hoe past deze manier van opbrengst bepalen bij passend onderwijs?
"Doordat deze toetsen ook intelligentiegegevens opleveren, kun je een inschatting maken van wat een kind aankan, wat haalbaar is en wat het onderwijs moet opleveren. Zo is een school beter in staat om het onderwijs af te stemmen op de behoefte van individuele leerlingen. Kinderen hebben tenslotte recht op goed onderwijs."

« vorige pagina